TRAININGSOPBOUW
Wanneer je net begint met wielrennen is het niet verstandig om met een tocht van 100 km te starten. Je lichaam is niet gewend aan het fietsen van lange afstanden. Dit moet je dus trainen. Hetzelfde geldt voor mensen die een grote tocht willen fietsen en een prestatie neer te willen zetten. Om blessures te voorkomen is het belangrijk om op te bouwen. Dit betekent een opbouw in omvang (aantal kilometers) en in intensiteit (steeds intensiever, zwaarder). De trainingsopbouw bestaat uit een aantal fasen:
  • Basis
  • Intensiteit
  • Pieken
  • Tapering
  • Wedstrijd
  • Herstel
Afhankelijk van de beschikbare voorbereidingstijd en het doel dat je wil bereiken zal elke fase een bepaald aantal weken in beslag nemen. De basis zal het grootste aandeel zijn van de weken die je hebt. In deze fase wordt nog niet heel intensief getraind maar wel veel kilometers gemaakt. Naar de 'wedstrijd' toe wordt steeds intensiever getraind (intensiteit pieken). Vlak voor de 'wedstrijd' is het goed om weer even op adem te komen en je rustig voor te bereiden op de 'wedstrijd' (tapering). Na de 'wedstrijd' is het beter om actief te herstellen, meteen stil zitten en niets meer doen is niet goed voor je lichaam.

Bij trainen hoort ook rust en herstel. Juist door goed te herstellen en op het juiste moment weer te gaan trainen wordt je sterker. Voldoende rust is essentieel voor een goede prestatie!